NETHERLANDS

 

 

 

 

 

 

 

 

NETHERLANDS

 

Population: 16,85 million (2014)

Area: 41 540 km²

 

 

 

2016

 

 

 

 

 

 

 

Dokwerker

 

Op het Jonas Daniël Meijerplein staat de Dokwerker, een sculptuur van Mari Andriessen ter herinnering aan de Februaristaking, onthuld door Koningin Juliana in 1952. De Februaristaking was het eerste grote protest van de Nederlandse bevolking tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter. De staking brak uit na de eerste razzia's in Amsterdam op 22 en 23 februari 1941, waarbij 425 jonge joodse mannen op transport werden gezet naar het concentratiekamp Mauthausen, waar zij vrijwel allen zijn omgekomen.

De razzia's waren met name de represaille voor de gebeurtenissen in ijssalon Koco van de Duits-joodse vluchtelingen Cahn en Kohn in de Van Woustraat: bij een bestorming van de zaak kreeg de Grüne Polizei ammoniak in het gezicht gespoten. Initiatiefnemer van de staking was de illegale communistische partij. Deze Communistische Partij Holland, de latere CPN, schreef het befaamde manifest 'Staakt, staakt, staakt!!!', dat in de vroege ochtenduren van 25 februari onder vele Amsterdamse bedrijven werd verspreid.
Overal in de hoofdstad legde men het werk neer: bij het openbaar vervoer, de gemeentelijke diensten, de scheepsbouw, de metaalbedrijven in Amsterdam-Noord. Ook een grootwinkelbedrijf als De Bijenkorf sloot zijn deuren. Een dag later sloeg de staking over naar omringende steden. De Duitse bezetter brak de staking met harde maatregelen. Jaarlijks herdenkt men de Februaristaking op 25 februari bij de Dokwerker.!

 

 

1933

 

Niet alleen joodse maar ook politieke vluchtelingen stromen Nederland binnen na de machtsovername door Hitler in Duitsland. De communisten onder hen worden in Nederland niet bepaald met gejuich begroet.
Inleiding

In 1933 komen de nazi’s onder leiding van Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Vooral joden en aanhangers van links politieke bewegingen zijn in Duitsland hun leven niet meer zeker. Ze worden door dit bewind gezien als een groot gevaar voor het Duitse volk. Veel joden en communisten vluchten het land uit. De communistische vluchtelingen vluchten niet alleen voor het behoud van eigen leven, maar ook om vanuit het buitenland het fascisme in Duitsland te bestrijden.

 

 

Joodse vluchtelingen in Amsterdam, in de jaren ’30.

 

 

 

 

Begin 1939 waren er 25 vluchtelingenkampen, verspreid over het hele land. Kamp Westerbork in Drenthe is daarvan een bekend voorbeeld. Onder de bewoners van deze kampen bevonden zich naast joodse ook politieke vluchtelingen.

Kamp Westerbork. Alle originele barakken zijn verdwenen. Deze kunstzinnige “restanten geven aan waar de barakken ooit stonden

 

 

* * *

     

     

     

     

    Long live the communist

    Netherlands in a communist

    world !

     

     

     

    NETHERLANDS

    is ripe for a

    Socialist revolution !

     

Create a strong Section

of the Communist International

(Stalinist-Hoxhaists)

in NETHERLANDS !

Long live the Stalinist-Hoxhaist World Movement !

 

 

 

 

 

Long live the 5 Classics of Marxism-Leninism !

 

 

 

 

Nederlands

 

 

 

CITATEN

de klassiekers

 

 

 

ENVER HOXHA

nederlands Archief

 

 

Stalin
nederlands Archief

 

 

 

 

 

Lenin

nederlands Archief

 

"Genosse Wijnkoop beweist durch jede seiner Reden, dass er fast alle Irrtümer den Genossen Pannekoek teilt. Wijnkoop hat zwar erklärt, er teile die Auffassungen Pannekoeks nicht, aber seine Reden beweisen das Gegenteil. Das ist der grundlegende Fehler dieser 'linken' Gruppe, aber es ist überhaupt ein Fehler der im Wachsn begriffenen proletarischen Bewegung." (Lenin, Band 31, Seite 239, deutsche Ausgabe)

 

 

Karl Marx - Friedrich Engels

nederlands Archief


Engels an Ferdinand Domela Nieuwenhuis

in Den Haag15591

London, 4. Febr. 1886


Werter Genosse,

Ich lese Ihre Schrift: „Hoe ons land geregeerd wordt" mit vielem Vergnügen, erstens, weil ich daraus wieder holländische Konversationssprache lerne, und zweitens, weil ich daraus so viel über die innere Verwaltung von Holland lerne. Holland ist mit England und der Schweiz das einzige westeuropäische Land, das im 16. -18. Jahrhundert die absolute Monarchie nicht durchgemacht hat, und hat dadurch manche Vorteile, namentlich einen Rest von lokaler Und provinzieller Selbstregierung, ohne eigentliche Bürokratie im französischen oder preußischen Sinn. Das ist ein großer Vorteil für die Entwicklung des Nationalcharakters und auch für später; mit wenigen Änderungen läßt sich hier die freie Selbstverwaltung durch das arbeitende Volk herstellen, die unser bestes Werkzeug bei der Umgestaltung der Produktionsweise sein muß. Alles das fehlt in Deutschland und Frankreich, muß erst wieder neu geschaffen werden. Zu Ihrer gelungnen populären Darstellung mache ich Ihnen mein Kompliment.

 

 

* * *

Engels an Ferdinand Domela Nieuwenhuis

in Den Haag

London, 1 I.Jan. 1887


Lieber Freund Nieuwenhuis,

Aus den Zeitungen sehe ich, daß der Kassationshof das Urteil gegen Sie bestätigt hat, und Sie also nun wohl bald werden ins Gefängnis wandern müssen. Ich kann Sie nicht dorthin gehn lassen, ohne von Ihnen Abschied zu nehmen und Sie zu versichern, daß meine volle Sympathie Sie in Ihre Zelle begleitet, und daß ich hoffe, Sie werden aus der Einzelhaft ungeschädigt am Körper und ungebrochen am Geist zu Ihrer Tätigkeit und zu uns zurückkommen. Bitte lassen Sie mich wissen, ob man mit Ihnen verkehren kann, brieflich oder durch Zusendung von Drucksachen, während Sie sitzen, und ob Ihnen Bücher und literarische Beschäftigung gestattet sind.

 

* * *

 

Engels an Ferdinand Domela Nieuwenhuis

in Den Haag

London, 3. Dez. 1890


Werter Genosse!

Meinen herzlichsten Dank für Ihre Glückwünsche zu meinem nun glücklich überstandenen siebenzigsten Geburtstag. Ich akzeptiere dieselben sowohl in Ihrem persönlichen Namen wie in dem der holländischen Arbeiterparteiund wünsche derselben den besten Fortgang, Ihnen selbst aber Gesundheit und Kraft, damit Sie die wichtige Rolle ausfüllen können, die Ihnen darin zugefallen ist. Und ich bitte Sie, diesen meinen Dank und meine Wünsche den dortigen Genossen zu verdolmetschen.

 

 

Ferdinand Domela Nieuwenhuis

1846 - 1919

Vertreter der niederländischen Arbeiterbewegung, Mitbegründer und einer der Führer des Sozialdemokratischen Bundes und später der Sozialdemokratischen Arbeiterpartei der Niederlande. Seit 1888 Mitglied des Parlaments, Teilnehmer der internationalen, sozialistischen Arbeiterkongresse 1889, 1891 und 1893. Seit den 90er Jahren Anarchist.

 

 

VSP

Programma van de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij


Geschreven: 8 juli 1877
Bron: Avanti, Anseele (E.). Een terugblik: proeve van een geschiedenis van de Gentse arbeidersbeweging gedurende de 19e eeuw. Gent, Volksdrukkerij, 1908, pp. 298-301


I


Als grondbegin erkent de Partij de Arbeid als de bron van alle rijkdom en leven; – hij is mede de krachtigste hefboom der beschaving, van de kunsten en wetenschappen.

In de menselijke samenleving dus, kan algemene en nutbrengende arbeid slechts dienstig en vruchtdragend zijn; daarom kan alléén het gezamenlijk arbeidsproduct aan hen toebehoren, die aan de algemene voortbrengst – ’t zij zedelijk of stoffelijk – meewerken.

Het socialisme beveelt dus de algemene arbeidsplicht aan allen; doch waarborgt tevens aan iedereen zijn gelijke rechten als mens.

In de huidige samenleving is het grootste arbeidersvermogen het monopolie van de kapitalisten; de schoonste vruchten van het werk komen rechtstreeks aan de goudbezitter, die nochtans geen voortbrenger is. – De hiertoe bepaalde afhankelijkheid van de werkende klasse is de oorzaak van de ellende, van de slavernij en van de verdrukking onder al hun vormen.

De vrijmaking van de arbeid vergt de verplaatsing van de arbeidsmiddelen, in gemeenschappelijk goed van de ganse maatschappij, in de genootschappelijke regeling van de arbeid ten algemeen nut, met de rechtvaardige verdeling van de vruchten van het werk.

Hierom moet de vrijmaking van de arbeid het werk van de arbeidende klasse zelf zijn, omdat al de andere klassen niet ernstig aan die vooruitgang kunnen meehelpen.



II


Van dit grondstelsel uitgaande, streeft de arbeiderspartij door alle wettelijke middelen naar de socialistische samenleving, de verbroedering der volkeren, de verbreking van de loonwet, door de afschaffing van het loonstelsel, de opheffing van de uitbuiterij onder al haar vormen en de vernietiging van alle politieke en maatschappelijke ongelijkheid.

Daar nu de ontvoogding van de arbeid noch een plaatselijk, noch een landelijk maar een universeel maatschappelijk vraagstuk is, dat al de streken omvat waar de hedendaagse wanorde bestaat, zo kent onze partij geen nationale scheiding tussen volkeren; zij verkondigt luidop de internationale verwantschap tussen de natiën, om zodoende de socialistische Bondsrepubliek te verwezenlijken en de verbroedering van alle mensen tot waarheid te maken.

Onze partij vordert intussen – om de oplossing van de sociale kwestie te bespoedigen – de inrichting van socialistische productiegenootschappen met behulp van de Staat en onder toezicht van een bijzondere commissie uit het arbeidende volk.

Deze genootschappen zijn voor nijverheid en akkerbouw in zulke omvang in het leven geroepen, dat uit hun midden de sociale organisatie van de gemeenschappelijke arbeid ontstaat.

Om tot haar doel te geraken wenst de Werkerspartij de volgende wetsbepalingen in te voeren:

1. Algemeen, gelijk, direct kiesrecht met geheime stemopgave van alle staatsaanhorigen die de 20-jarige leeftijd bereikt hebben voor alle kiezingen van staat en gemeente.
2. De inrichting van de volksvertegenwoordiging in de vorm van algemene arbeidskamer. – Rechtstreekse wetgeving door het volk. – Beslissing over oorlog en vrede door het volk.
3. Afschaffing van de loting en van de staande legers. In de plaats daarvan, zolang het nog zal nodig geacht worden: algemene dienstplicht (Zwitsers stelsel).
4. De zoveel mogelijke opheffing van de nationaliteit door de verbreking van alle hinderpalen welke de volkeren nog gescheiden houden, zo dus: eenheid in het muntwezen, contracten in handel, enz.
5. Radicale scheiding van kerk en staat. De godsdienst als privézaak beschouwd.
6. Algemene en gelijke volksopvoeding door de Staat. Algemene schoolplicht – kosteloos onderwijs in alle beschavingsinrichtingen.
7. Kosteloze rechtspleging.
8. De geneesdienst als andere openbare diensten ingevoerd – en verder de invoering van alle wetten die de radicale ontvoogding van de arbeidende klasse noodzakelijk maakt.
9. Om nu alle grondeigendommen en arbeidsmiddelen in gemeenschappelijk goed voor de staat te doen overgaan, zullen de opvolgingsrechten jaarlijks met 2 p. h. verhoogd worden; in een vijftigtal jaren zouden dus op de vreedzaamste wijze alle goederen collectief en alle harten voor de hervorming vatbaar gemaakt zijn.
De eerste gelden hieruit zouden dienen tot uitbreiding van het onderwijs, afschaffing van alle belastingen, de inrichting van socialistische productiegenootschappen, enz.
Voor zolang onze partij niet voldoende georganiseerd is – om het bewind in handen te nemen – eisen wij dat van heden af volgende artikelen tot wet verheven worden – en nodigen daarom elkeen uit, wie het met de vooruitgang wel meent, ons daarin te ondersteunen:

1. De meest mogelijke uitbreiding van de politieke rechten en vrijheden in de zin van de bovenstaande vorderingen.
2. Onbelemmerd verenigingsrecht. Invoering van een wet die elkeen zijn vrijheid van denkwijze waarborgt.
3. Verbod van kinderarbeid en van alle gezondheids- en zedenkwetsend vrouwenwerk.
4. Beschermingswet voor het leven en gezondheid van de werklieden. Zorgvuldige gezondheidscontrole van de arbeiderswoningen. Bewaking van de mijnwerken, van de fabrieken, werkplaatsen en alle nijverheidsgestichten, door van werklieden gekozen beambten.
5. Regeling van het tuchthuiswerk.
6. Afschaffing van artikel 1718 uit het Burgerlijk wetboek.
7. Invoering van het verplichtend onderwijs, en
8. Daarstelling van het algemeen stemrecht.

 

 

 

* * *

 

De Sociaal Democratische Bond was de eerste socialistische partij in Nederland. Opgericht in 1885 vertegenwoordigde de partij de sociaal democratie, toen der tijd nog een verzamelnaam voor zowel revolutionair socialisten als gematigde socialisten. De SDB won haar eerste Kamerzetel in 1888, toen Domela Nieuwenhuis gekozen werd. Burgerlijke politici waren niet bij met de marxist; Nieuwenhuis, die hun kapitalistische politiek blootstelde en het opnam voor de arbeidersklasse. In 1894 werd de naam veranderd in Socialistenbond en zes jaar later ging men deel uit maken van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij

De Sociaal Democratische Partij was de naam van marxisten, die in 1909 uit de SDAP waren gezet. Na de Russische Revolutie in november 1917, trad de partij toe tot de Communistische Internationale en veranderde haar naam in Communistische Partij Holland (CPH).

 

 

* * *


hollandsche

sectie der Derde Internationale

Communistische Partij Holland

(C.P.H.)

 

(CPN; Communistische Partij van Nederland), founded Nov. 17, 1918, it grew out of the Social Democratic Party of the Netherlands. In April 1919 the CPN joined the Comintern. The CPN participated actively in the struggle for the vital interests of the Dutch working people and came out in defense of Soviet Russia. In subsequent years the party experienced serious difficulties. “Leftist” and right-opportunist views became widespread in the Central Committee and among party members; individual leaders conducted a policy that threatened to split the party. The membership and influence of the party declined sharply. The 1930 congress, for which preparations were made with the help of the Comintern, exposed the opportunists and elected a new party leadership. In the 1930’s the CPN broadened its ties with the masses. Its membership rose from 1,100 in 1930 to 11,000 in 1940.

During the fascist German occupation of the Netherlands (from May 1940 to May 1945) the CPN, which operated underground, was active in the Resistance Movement and the organizing in February 1941 of a general strike of the Dutch working people. More than half the membership and almost the entire Politburo of the CC of the party died in the struggle against the fascist invaders.

 

 

 

CPH - STATUTEN

1934

 

 

dagblad: "De Tribune"

1925 - 1949

 

(de latere ‘De Waarheid’ van de CPN)

 

 

 

 

 


Thomas Antonie Struik

 

(roepnaam: Anton), ingenieur Autonome Industriële Kolonie Koezbas (Siberië) en een der leiders van de Communistische Partij in Nederland, is geboren te Rotterdam op 8 april 1897 en omgekomen bij het bombardement van de Cap Arcona op 3 mei 1945. Hij was de zoon van Hendrik Jan Struik, onderwijzer, en Aartje Schilperoort. Op 28 juni 1939 trad hij in het huwelijk met Geertruida Johanna (Truus) van Boxel, lerares Nederlands, met wie hij een zoon kreeg.

Struik groeide op in een liberaal milieu. Zijn moeder overleed toen hij dertien jaar oud was, waarna zijn vader niet hertrouwde. Deze betrok Struik en zijn oudere broer Dirk al jong bij de verkiezingscampagne, waardoor deze ook zicht kregen op wat de Rotterdamse sociaal-democraten voorstonden. De broers sloten zich aan bij de jeugd-organisatie De Zaaier. Omstreeks 1917 werd Struik lid van de Sociaal-Democratische Partij, die in 1918 Communistische Partij in Nederland (CPN) ging heten. Tijdens zijn studententijd in Delft was hij tevens actief binnen de Bond van Revolutionair-Socialistische Studenten in Nederland. In 1919 behaalde Struik de graad van civiel-ingenieur en trad in dienst van het Centraal Normalisatiebureau in Rotterdam onder leiding van dr. ir. J. Goudriaan. Toen hij hier genoeg van had en ir. S.J. Rutgers werkkrachten zocht om in Siberië een industrieel complex tot ontwikkeling te brengen, voelde Struik hier wel voor. Van 1922 tot 1926 was hij werkzaam in de Autonome Industriële Kolonie Koezbas bij Kemerovo in Siberië. Hier bleek, dat hij niet alleen een bekwaam ingenieur was, maar ook kwaliteiten bezat op het gebied van het politieke scholingswerk. Hij gold binnen de kolonie als een bemiddelende figuur, die met alle nationaliteiten en gezindten goed kon samenwerken. In brieven uit deze periode toonde Struik zich een kritisch partij lid ten aanzien van de toen actuele 'bolsjewisering' van westerse communistische partijen. Maar overtuigd als hij was van het belang van partijdiscipline heeft hij noch in deze jaren, noch later openlijk van kritiek blijk gegeven. Toen de kolonie in 1927 in Sovjet-handen overging, verkoos Struik in de Sovjet-Unie te blijven. Hij werd aangesteld bij de bouw van de Turkestan Siberische (Turk-Sib) spoorlijn. Maar in november 1929 schreef hij aan Dirk Schermerhorn: 'eerst wil ik zien, of er geen mogelijkheid is voor bv een jaartje uit de techniek te breken om iets nuttigs te doen voor de beweging. Je weet, dat het een knagende wurm aan mijn hart is, dat ik zoo volmaakt nutteloos ben geworden voor het westen. Bovendien lijd ik aan heftige roebelovervloed, door mijn leven in de wildernis, zoodat ik graag pot zou willen inteeren en tegelijk bovengenoemde wurm dooden.'

Kort hierna keerde Struik naar Nederland terug om zich geheel aan de CPN te wijden. Bij de reorganisatie en het in Komintern-gareel brengen van de CPN in 1930 vervulde hij een centrale rol. Van 1931 tot 1933 was hij hoofdredacteur van De Tribune, in welke periode de krant volgens Moskouse richtlijnen gereorganiseerd werd. Struik had een belangrijk aandeel in de Organisatie van de zogenoemde Tribune-conferenties en was verantwoordelijk voor een betere opzet van het Arcor-systeem - het naar voorbeeld van de Pravda werken met arbeiderscorrespondenten. Door de kritische opstelling ten opzichte van christendom en overheidsapparaat werd De Tribune in deze jaren herhaaldelijk door de rechterlijke macht vervolgd. Struik zelf werd eind 1932 wegens belediging van een politiefunctionaris veroordeeld tot f 100,- boete. In 1938 werd hij chef-redacteur van Het Volksdagblad, de voortzetting van De Tribune. Hij was betrokken bij de oprichting van uitgeverij Pegasus, het uitbrengen van het maandblad Politiek en Cultuur en werkte mee aan de Nederlandse vertaling van de verzamelde werken van V.I. Lenin. Zowel Struiks journalistieke werk als zijn scholingsartikelen, -brochures en -lezingen worden gekenmerkt door een heldere betoogtrant en een bewust eenvoudig taalgebruik. Struik publiceerde onder meer over de ontwikkelingen binnen de Sovjet-Unie, het koloniale vraagstuk en de strijd tegen het trotskisme en het fascisme. Hij was vanaf 1930 lid van het partijbestuur en het Politiek Bureau en werd wel als 'raadgevend politicus' aangeduid. Hoewel hij geen deel uitmaakte van het partijsecretariaat, had hij achter de schermen grote invloed binnen de partij, die in 1936 mede door Struiks toedoen officieel weer CPN ging heten in plaats van de in de jaren twintig gangbaar geworden benaming CPH (Communistische Partij Holland). Struik speelde een vooraanstaande rol in de contacten met de Komintern. In 1936 was hij aan de beurt om de CPN te vertegenwoordigen in Moskou, waar hij tot 1937 verbleef. Ingevolge de door de CPN na 1934-1936 gevoerde eenheids- en volksfrontpolitiek coördineerde Struik activiteiten van communisten binnen anti-fascistische samenwerkingsverbanden met politiek andersgezinden, zoals het comité Hulp aan Spanje. Ook was hij een belangrijk verbindingsman in het contact tussen de CPN en Indonesische nationalisten en communisten in Nederland, die onder meer verenigd waren binnen de Perhimpunan Indonesia (PI). Vanwege het ambtenarenverbod, waarbij de PI was genoemd, konden talrijke Indonesiërs niet openlijk lid van de CPN zijn. Struik was een bescheiden en nuchter mens met gevoel voor humor, een zeker puritanisme en een zucht naar ascese. Hij was een fervent wandelaar en natuurliefhebber.

In mei 1940 probeerden Struik en anderen door onderhandelingen met de Duitsers tijd te winnen om de bezittingen van Het Volksdagblad in veiligheid te kunnen brengen. Toen het blad definitief door de bezetter verboden werd, zette Struik zijn werkzaamheden in de illegaliteit voort voor De Waarheid en het Solidariteitsfonds. Op 20 mei 1941 werd hij gearresteerd en belandde achtereenvolgens in de kampen Schoorl, Amersfoort en Hamburg-Neuengamme. Ook in gevangenschap bleef Struik de steun en toeverlaat voor partijgenoten en andersdenkenden, die hij altijd geweest was. In april 1945 werd het concentratiekamp Neuengamme ontruimd. De gevangenen werden in Lübeck aan boord van twee schepen gebracht. Struik bevond zich waarschijnlijk op de Cap Arcona, die op 3 mei 1945 door de Engelse luchtmacht werd gebombardeerd. In 1946 werd zijn naam verbonden aan het Anton Struik Scholingsfonds, dat tot omstreeks 1955 heeft gefunctioneerd.
Publicaties:

Behalve veel journalistieke stukken: Het vijfjarenplan als socialistisch offensief (Amsterdam 1931); Menschen en machines in de Sowjet Unie. Voordracht voor de VARA (Amsterdam 1933); Boeren uit de nood. Hoe de Russische boer de weg naar welvaart vond (Amsterdam 1936); Wie is Mussert en wat wil de NSB? Weg er mee! (Amsterdam 1936); 'Naamsverandering' in: Communisme, 1936, 309-313, herdrukt in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 2, februari 1979, 80-84; Loon en arbeid in Sowjet-Rusland (Amsterdam 1937); Onder valse vlag. Het trotskisme. De handlanger van het fascisme (Amsterdam 1937); Een Nederlander in Siberië. Brieven van Anton Struik (Nijmegen 1979).
Literatuur:

H. Gortzak, 'In memoriam Anton Struik. Een leven in dienst van de arbeidersklasse' in: Politiek en Cultuur, 1946, 99-101; De Waarheid marcheert (Amsterdam 1949); 'Herinnering aan Anton Struik blijvend vastgelegd' in: De Waarheid, 12.10.1953; L. van den Muijzenberg, Levensbeschrijving Anton Struik (Amsterdam z.j.); D. Struik, 'Mijn socialistiese jaren in Nederland. Herinneringen uit 1914-1924' in: Jaarboek arbeidersbeweging 1977, 191-246; J. Morriën, 'Anton Struik in het licht van z'n tijd. CPN-Nederlandse partij in strijd tegen fascisme' in: De Waarheid, 4.3.1978; W. Pelt, 'De communistische pers tussen twee wereldoorlogen' in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 5, 1980, 26-73; J.J. Flinterman, 'De CPN en de solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek in Nederland (1936-1939)' in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 10, 1985, 9-54; A.M.F. Dessing, Het Nederlandse aandeel in de Koezbas-kolonie, 1921-1927 (doctoraalscriptie Amsterdam 1987); H. Olink, De vermoorde droom. Drie Nederlandse idealisten in Sovjet-Rusland (Amsterdam 1993); J.W. Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000); G. Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam 2001).
Portret:

 

 

 

 

Louis de Visser

 

De Visser was medeoprichter van het tijdschrift De Tribune en verliet in 1909 de SDAP. In 1915 werd hij lid van de Revolutionair Socialistische Vereniging (RSV) die later opging in de CPN. In 1925 voorzitter van de CPN en lid van de Tweede Kamer. 1940: arrestatie met de Duitse inval van Nederland. Hij werd 15 mei weer vrij gelaten. Als de CPN ondergronds gaat blijft hij bewust buiten het verzet, omdat hij te bekend is. 25 juni 1941, bij een actie tegen de Haagse groep De Vonk, door de bezetter, wordt hij gepakt en naar het concentratiekamp Neuengamme gestuurd. Nederlandse communisten hebben alles in het werk gesteld om hem daar te doen overleven. Op 3 mei 1945 kwam hij om het leven, met andere gevangenen, op het schip Cap Arcona. Bij vergissing door Engelse vliegtuigen gebombardeerd.

 

Colijn Verdwijn!

Geschreven: 1933
Bron: Agentschap Amstel, Amsterdam, 1933

 

De begrotingsdebatten van dit jaar hadden een meer dan gewone betekenis. De regering Colijn heeft zich daarbij opnieuw getoond als de regering van de naakte reactie en de voorbereiding van de fascistische dictatuur.

Het fascisme wordt meer en meer tot een onmiddellijk dreigend gevaar voor de Nederlandse arbeidersklasse en dit fascisme vindt steun bij de regering Colijn! Terwijl deze regering de ene maatregel na de andere verzint en uitvoert tegen de strijdende arbeidersklasse, maakt zij uitdrukkelijk een uitzondering voor de NSB onder leiding van Mussert. Een nieuwe wet tegen de vrijheid van drukpers is in voorbereiding, het recht tot organisatie wordt onderdrukt, de vakverenigingen worden gebruikt voor het werven van onderkruipers, maar tegen de sterkste fascistische organisatie in Nederland wordt niets ondernomen!

De begrotingsdebatten staan in de schaduw van de dreigende wereldoorlog. In het Verre Oosten is de oorlog reeds lang begonnen. Hier staat Japan gereed voor de imperialistische overval op de Sovjet-Unie die onherroepelijk zou leiden tot de grote oorlog in de Stille Oceaan, waarin ook Indonesië en daarmee Nederland zouden worden meegesleept. De regering versterkt reeds de oliehavens van Tarakan en Balikpapan, zij sluit zich nog nauwer bij de imperialistische staten Engeland en Frankrijk aan, zij bereidt zich voor op bloedige offers, om het wingewest Indonesië maar te kunnen behouden!

Ook in Europa dreigt de oorlog. Openlijk spreekt de pers over de dreigende mogelijkheid van een Duits-Franse gewapende botsing waarbij Limburg en Noord-Brabant tot slagveld zouden dienen. De Belgische versterkingen strekken zich uit tot langs de Nederlandse grens. De regering Colijn kondigt ook voor Nederland een program van militaire versterkingen aan. Ook in Europa maakt zij zich gereed voor een nieuwe oorlog, die oneindig grotere offers zou eisen dan die van 1914-1918!

De Nederlandse bourgeoisie klampt zich met hand en tand vast aan Indonesië. Daarom onderdrukt zij elk verzet, zend talrijke leiders naar de gevangenissen en naar Digoel. Daarom de bloedige wraak op de strijders van de Zeven Provinciën; 23 doden, talloze gewonden en nog is het niet genoeg! Vele honderden jaren van gevangenisstraf zijn reeds gevallen!

Dezelfde fascistische methodes brengt de regering Colijn van Indonesië naar Nederland over. Zij dreigt met onderdrukking van de Communistische Partij van Holland, met het vernietigen van de revolutionaire pers, van het dagblad De Tribune, met het verdrijven van de door de strijdende arbeiders gekozen afgevaardigden uit het parlement!

De crisis duurt voort, het vijfde jaar reeds. Een nieuwe hongerwinter is begonnen. De ene loonsverlaging volgt op de andere. De ‘franje’ van de werklozensteun wordt weggeknipt, zoals de regering het cynisch uitdrukt: “de nood van de werkloze gezinnen wordt ondragelijk”. En de economische toestand wordt niet beter, maar slechter. Na al die loonsverlagingen houdt de bourgeoisie als laatste troef achter de hand, de inflatie en daarmee de ergste aanval op het levenspeil van de werkende massa’s!

De bourgeoisie weet dat zij op de reformistische leiders rekenen kan. Zij beschouwt de SDAP en het NVV als gewillige werktuigen van haar politiek. Met hun hulp zet zij de loonsverlagingen door, met hun hulp breekt zij de stakingen en ontneemt zij aan de arbeidersklasse het ene recht na het andere. Duys was het die het eerst voorstelde de communisten uit het parlement te verwijderen en de sociaaldemocratie in haar geheel volgt de fascistische weg van Duys! De ‘Herzieningscommissie’ van de SDAP heeft zich aan de zijde van Duys geschaard. Met behulp van het NAS en NVV moordde Colijn de stukadoorstaking. Albarda kruipt voor Colijn, de reformisten hebben nog maar één doel: dat is de strijd tegen het communisme!

En de ‘linkse’ reformist Sneevliet wist in de Tweede Kamer niets beters te doen dan zijn aanval te richten tegen... de Sovjet-Unie! Hij schakelt zich ook al gelijk!

Onder deze omstandigheden was het alleen de communistische fractie die, bij monde van Louis de Visser en Roestam Effendi, de stem en de eisen van de strijdende en dervende massa’s in het parlement deden weerklinken. De parlementsfractie van de Communistische Partij geeft het treffende bewijs dat zij een internationale partij is, die opkomt voor de solidariteit van de arbeiders van alle landen en in de eerste plaats voor de bevrijding van Indonesië. Dat heeft de ‘grote’ SDAP en dat hebben de ‘linkse’ sociaaldemocraten nooit gedaan. Alleen de Communistische Partij heeft de stem van Indonesië doen doordringen tot de Haagse vergaderzaal!

Op het ogenblik dat dit geschreven wordt, zit Roestam Effendi in de gevangenis, veroordeeld omdat hij het revolutionaire woord onder de Nederlandse arbeiders heeft gepropageerd. Met des te meer aandacht zullen zij de rede lezen die voor de Nederlandse kapitalisten zo gevaarlijk was dat de voorzitter er met geweld een eind aan maakte!

De Communistische Partij van Holland roept de arbeiders van alle richtingen op, thans nu wij aan het begin staan van een nieuwe reeks van oorlogen en revoluties, alle krachten in te spannen voor de vorming van het strijdende eenheidsfront.

 

Tegen de regering Colijn!
Tegen kapitalisme en reformisme!
Voor klassenstrijd en socialisme!
Indonesië los van Holland - Nu!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indonesië los van Holland - Nu!

1933

 

 

Redt leven en vrijheid der muiters der ‘Zeven Provinciën’!

Geen volk kan vrij zijn, dat andere volken onderdrukt

Voor gemeenschappelijke strijd met de Indonesische werkende massa’s!

Laat hun stem in het Parlement der Hollandse Imperialisten weerklinken.

Muiterij aan boord der ‘Zeven Provinciën’! Die tijding bracht heel de arbeidersklasse zondag 5 februari in beweging. De Indonesische en Hollandse marineschepelingen hebben uit protest tegen de doorvoering van de loonsverlaging, het schip veroverd, de officieren gevangen genomen en zee gekozen. De muiterij van De Zeven Provinciën gingen daarmee aan de spits van het gehele marinepersoneel.

De strijd tegen de loonsverlaging

In het eind van december demonstreerden de Europese marinemannen, honderden vergaderden, zongen de Internationale, demonstreerden in Soerabaja en andere plaatsen.

Reeds was besloten gezamenlijk met de Inlandse matrozen te demonstreren, de bond van blanke en bruine uitgebuitenen in de daad om te zaten, toen het dubbelzinnige telegram van Ruys op 31 december kwam, dat naar het scheen opheffing van de loonsverlaging bracht. De gezamenlijke demonstraties werden afgeschaft, zij waren “overbodig”, zoals ‘Het Volk’ schreef.

Wat bleek echter? De naderende berichten van de honger-regering Buys – die de Hollandse arbeiders met loonsverlaging, werklozen met steunvermindering en indirecte belastingen uitplundert - brachten de tijding dat de loonsverlaging niet tot 10 procent werd teruggebracht, maar op 14 procent gehandhaafd bleef. En het Inlandse personeel hield 17 procent loonsverlaging.

Daarop volgde de grote verontwaardiging van de matrozen, nieuwe demonstraties volgden. Troepen werden te hulp geroepen en gereed gehouden. Het heeft niet geholpen!

Indonesische schepelingen gearresteerd

Onmiddellijk na het bekend worden van de opstand aan boord van De Zeven Provinciën, liet de koloniale regering aan boord van de Evertsen, Piet Hein en de Java, de Inlandse bemanning gevangen nemen. De schepen, die evenals de hele vloot op oefening waren uitgestuurd om het verzet in de havens te breken, moesten naar Soerabaja terug. Daar werden de inlanders, 428 in getal, geïnterneerd en werden de schepen van blanke bemanning voorzien om tegen De Zeven Provinciën op te stomen! In Batavia werden ook drie blanke schepelingen, verdacht van de organisatie van het verzet, zwaar geboeid van boord gebracht. Dit alles toont wel hoe groot het verzet in Indonesië tegen de onderdrukking door de uitbuiters is.

Het verzet van de marineschepelingen was een onderdeel van het verzet van de Indonesische volksmassa’s tegen de steeds groter wordende crisisellende in Indonesië.

De crisis in de koloniën

De kapitalistische wereldcrisis is in de koloniale, zoveel sterker uitgebuite, landen tot een verschrikkelijke catastrofe geworden. De werkloosheid is enorm, de werklozen worden zonder enige hulp naar de massa’s teruggestuurd; er is voedselnood en geldnood, armoede, honger en ellende.

In de Volksraad, het officiële regeringsinstituut, werd meegedeeld dat het koloniale bewind - politiek gezien - heden op een vulkaan staat.

In deze toestand, terwijl de miljoenen der werkende massa’s in de grootste crisisellende leven, voert de Hollandse bourgeoisie in Indonesië, om haar winsten veilig te stellen, een ongehoorde bezuinigingspolitiek door, die met alle mogelijke manieren de middelen uit de massa’s probeert te halen om het bedreigde Hollandse kapitalisme te redden.

De methoden der Hollandse imperialisten

De Franse burgerlijke schrijver Jacques Viot schreef gedurende korte tijd over de praktijk van het Hollandse koloniale bewind: “Acht maanden heb ik in de Hollandse koloniën doorgebracht, en daar heeft mijn mening zich gevormd. De Hollanders zijn mij uitzonderlijk antipathiek geworden. Van alle volken van Europa zijn zij op de laagste wijze kapitalistisch.”

Met bloedig geweld heeft de Hollandse bourgeoisie in 1926-1927 de opstand van de werkende massa’s onder leiding van de Partai Kommunis Indonesia (PKI) neergeslagen; met moord, terreur en Digoelkamp heeft zij haar koloniale winsten toen veilig gesteld.

En thans zes jaar later, komen midden in de kapitalistische crisis, terwijl de ontevredenheid onder de volksmassa’s snel groeiende is, terwijl de inlandse vorsten en grondbezitters - de handlangers van het Hollandse kapitaal - de bevolking niet meer rustig kunnen houden, terwijl de invloed van de rechtse en linkse burgerlijke nationalistische leiders onvoldoende blijkt om het verzet in te dammen, de marineschepelingen in opstand en maken zich van een oorlogsschip meester.

Een daad van internationale betekenis

De opstand aan boord van De Zeven Provinciën is voor de hele ontwikkeling van de bevrijdingsbeweging in Indonesië van de grootste betekenis. Voor het eerst in de geschiedenis van de koloniën maakten koloniale onderdrukten zich van een oorlogsschip van de onderdrukkers meesters.

Het eenheidsfront van bruine en blanke onderdrukten tegen de gemeenschappelijke vijand, het imperialisme, kwam tot stand. En dit in een toestand van catastrofale crisis voor het kapitalisme en terwijl de imperialistische wereldoorlog in de Stille Oceaan onmiddellijk dreigt.

Reeds is het bloeddorstige Japanse imperialisme aan de rooftocht in China begonnen, de tegenstellingen tussen de imperialistische rovers om de verdeling van China zijn tot uiterste spanning geworden. In deze oorlog in het Verre Oosten zal Holland niet neutraal blijven; Indonesië met zijn gunstige ligging als vlootbasis, met zijn petroleumvoorraden, wordt onvermijdelijk in het komende wereldconflict betrokken.

Nederland en de imperialistische oorlog

Het Japanse imperialisme poogt zich reeds van het gebruik van de petroleumvoorraden van Borneo voor zijn vloot te verzekeren. In deze dreigende oorlogssituatie is de opstand van de Zeven Provinciën van ontzaglijke betekenis.

Het bericht van de opstand zal de sovjetbeweging in China versterken, het zal zijn weerklank vinden in Australië, waar reeds tweemaal de vloot in opstand kwam tegen het ‘gezag’, het zal moed geven aan de Japanse soldaten, van wie er reeds zo velen muiten tegen hun officieren, die hen naar de slagvelden dreven.

En in Indonesië zelf is het gerucht van de opstand van dorp tot dorp gegaan. Er is rouw in de dorpen om hen die vielen, maar ook wraaklust en strijdlust en de verborgen strijders, die tezamen de zich wederoprichtende communistische partij van Indonesië vormen, zullen de mare verder dragen en de massa opnieuw aaneensmeden voor de strijd.

De vreemde overheerser trad met de meest grote wreedheid op tegen het verzet. De Zeven Provinciën zelf werd met een bom vanuit een vliegtuig aangevallen. 23 doden en 25 gewonden waren het gevolg!

Vergaderingen werden verboden, marineschepelingen gearresteerd, ontwapend en opgesloten. Alle krachten werden onmiddellijk voor het neerslaan van het verzet gemobiliseerd.

En tegelijkertijd organiseerde de regering van jonkheer De Jonge – de gouverneur-generaal, die een vertegenwoordiger van het oliekapitaal is – een nationalistische ophitsing onder de blanke onderdrukkers tegen de Indonesiërs, voor ‘het gezag van Oranje’. Deze ophitsing verscherpte de tegenstelling tussen de onderdrukkers en de massa van de werkende Indonesiërs.

Tegelijkertijd begon in Holland een sterke nationalistische campagne voor de spoedige en krachtige ‘handhaving van het gezag’.

De koloniale macht van de bourgeoisie

De bourgeoisie begreep uitstekend, hoezeer de opstand aan boord van De Zeven Provinciën haar macht in gevaar bracht. Colijn, de scherpslijper, die zich thans openlijk voor het fascisme uitspreekt, eiste dat het schip desnoods met een torpedo naar de bodem van de zee moest worden gezonden. En van deze man, die als onderdrukker in Indonesië zijn sporen verdiend heeft, getuigde Albarda, dat hij daardoor zijn overigens eervolle loopbaan bedierf!

In de hele burgerpers werd een woedende campagne tegen de muiters en de opstandige matrozen en marineschepelingen in Indonesië gevoerd. Het Handelsblad, de Telegraaf en ook het blad, dat de bourgeoisie voor de arbeiders gebruikt om deze in kapitalistische geest te beïnvloeden, De Courant, eisten allen directe, bloedige maatregelen.

De bourgeoisie wilde deze opstand zo snel mogelijk onderdrukken. Zij vreesde de verdere gezamenlijke strijd van de werkende massa’s van Indonesië en Holland

Geen volk kan vrij zijn, dat andere volkeren onderdrukt

De arbeiders van Holland en Indonesië hebben een gemeenschappelijke vijand, dat is de Hollandse bourgeoisie, het Hollandse imperialisme. Alleen wanneer de macht van de bourgeoisie in Indonesië wordt gebroken, kan de Hollandse arbeidersklasse haar doodsvijand ook in Holland verslaan. Daarom is de gezamenlijke strijd van de werkende massa’s in Holland en Indonesië, zoals het CPH Congres op kerstmis 1932 met zeer veel nadruk vaststelde, voorwaarde voor de vernietiging van het Hollandse imperialisme.

De actie van de Communistische Partij

Daarom mobiliseerde de Communistische Partij bij het bekend worden van het bericht van de opstand, al haar krachten om de opstand te ondersteunen en het bloedige optreden van de Hollandse bourgeoisie te verhinderen.

Het Politiek Bureau van de CPH zei in zijn oproep tot de arbeiders:

- De strijd in Indonesië is de strijd van de arbeiders in Holland. Zonder vernietiging van de koloniale macht van de Hollandse bourgeoisie, is het niet mogelijk de bourgeoisie in Holland te verslaan!

- De beste steun voor de massa’s in Indonesië is de organisatie van brede massademonstraties en proteststakingen van werkende werkloze arbeiders tegen Ruys, Welter en Deckers.

De Communistische Partij ondersteunt de actie van de Partai Kommunis Indonesia, om de Indonesische massa’s van arbeiders en boeren in de demonstraties en stakingen tegen de loonsverlaging, tegen het Hollandse imperialisme te voeren. De Communistische Partij Holland roept de Hollandse arbeiders op de gemeenschappelijke strijd met de Indonesische massa’s te organiseren.

- Weg met Ruys, weg met Deckers, weg met Colijn!

- Arbeiders, organiseert massademonstraties en proteststakingen! Verdedigt het leven van de matrozen van De Zeven Provinciën! Eis de onmiddellijke invrijheidsstelling van alle gearresteerde schepelingen en andere politieke gevangenen in Indonesië en Suriname!

- Eis de opheffing van de Digoel-kampen!

- Eis de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie voor alle soldaten en matrozen, opheffing van alle persverboden in Holland en de koloniën!

- Soldaten en matrozen, gebruik geen geweld tegen uw kameraden!

Overal werden protestvergaderingen georganiseerd, in Amsterdam en Rotterdam demonstreerden duizenden arbeiders, het dagblad De Tribune werd in tienduizenden exemplaren onder de massa gebracht.

De proteststaking tegen de moord

Het parool van de politieke proteststaking werd onder de arbeiders gebracht met het gevolg, dat honderden van de bouwvakarbeiders reeds een proteststaking doorvoerden en thans opnieuw oproepen bij de procesbehandeling van de muiters dit te doen.

Zo was de houding en de actie van de Communistische Partij. Zij stelde zich vierkant achter de muiters en de opstandige massa’s in Indonesië. Zij bracht de Hollandse arbeiders in gemeenschappelijke strijd met de Indonesische massa’s tegen de bourgeoisie.

De houding van de sociaaldemocraten

Geheel anders was de houding van de sociaaldemocratie. De leiders van de sociaaldemocratie dachten er niet aan enige werkelijke actie ter ondersteuning van de muiters te beginnen. De leiders van de SDAP en NVV dachten er geen ogenblik aan de regering door proteststakingen een halt toe te roepen en te verhinderen, dat zij hun wrede onderdrukkingsmaatregelen ten uitvoer brachten. Zij dachten er niet aan, omdat zij op het standpunt van het handhaven van het ‘wettig gezag’ staan.

Over de muiterij zei Albarda “dat geen enkele regering muiterij kan dulden”, en vervolgens: “Natuurlijk, de regering kan geen ander standpunt innemen, het schip moet onder het marinebevel terug. Het zou dwaasheid zijn om van de regering iets anders te verwachten of te verlangen. Dat moet de regering, dat moet elke regering natuurlijk eisen. Dat spreekt vanzelf”.

En Wibaut zei in de Eerste Kamer: “Ik denk er niet aan mij solidair te verklaren met de muiters van De Zeven Provinciën, wier daad ik meer zie als een onbezonnenheid. Ik hoop dat een onbevangen onderzoek een duidelijke verklaring van hun optreden zal geven. Ook wanneer men in hoge mate dit optreden onbezonnen acht en staat op het standpunt dat het natuurlijk niet kan worden geduld, want dat is ook mijn standpunt, dan is er altijd nog een grote afstand tussen dat standpunt en dat van rouw van de natie.”

Hoewel deze verklaring grote verontwaardiging onder de arbeiders wekte, handhaafde Wibaut haar ten volle in de verklaring, die hij er later over publiceerde.

De leiders van het Cambo, de bonden van het marinepersoneel, dachten er evenmin aan onder het marinepersoneel in Holland, dat zeer verontwaardigd was en door de regering ten scherpste werd bewaakt, met enige solidariteit te organiseren. Integendeel, zij verklaarden in de resolutie, aangenomen in de vergadering in Den Helder, het volgende:

“Overwegende, dat door de Cambo-bonden elke actie, waarbij de wettige weg wordt verlaten en inbreuk wordt gemaakt op de krijgstucht, altijd is en zal worden afgekeurd,

constateert met instemming, dat de besturen van de bonden in Oost-Indië het uiterste hebben gepoogd de actie van het marinepersoneel in de juiste banen te leiden en voorts tot hun plicht hebben gerekend de autoriteiten te waarschuwen voor de geest van verzet,

doet een dringend beroep op alle marineschepelingen om vooral in de huidige moeilijke omstandigheden hun plicht te blijven vervullen en zich in nog groter aantal aan te sluiten bij de Cambo-bonden…”

Zo handelen deze bonden. En thans weigeren zij iedereen steun aan de vrouwen van de gevangenen marineschepelingen, die in Den Helder door de regering aan den honger worden prijs gegeven!

De sociaaldemocratie in Indonesië

En hoe was de houding van de sociaaldemocratie in Indonesië? Zij ging er samen met de burgerlijke nationalisten en telegrafeerde aan de gouverneur-generaal:

“Het gebeurde op De Zeven Provinciën betreurend, en de noodzaak van de terugbrenging van het schip onder marinebevel erkennend, willen de Nationale Fractie in de Volksraad en de fractie van de Indische Sociaal-Democratische Partij in dat College Uw Exc dringend aanbevelen slechts IN UITERSTE NOODZAAK GEWELD TE GEBRUIKEN, aangezien;

ten eerste alsdan de gehele bemanning en hun familiebetrekkingen benevens het schip slachtoffers zullen worden,

ten tweede deze zaak thans geen politieke ondergrond heeft en alsdan een politiek agitatiemiddel van verschillende zijden kan worden,

ten derde de bemanning zelf op de voorgrond stelt, dat zij geen geweld beoogt, doch een demonstratie tegen salarisvermindering en tegen de arrestatie van hun kameraden.”

Er zijn verder nog tal van uitlatingen die bevestigen dat de sociaaldemocratische leiders, hier en in Indonesië, op het standpunt stonden dat de bourgeoisie geen muiterij kan dulden. Zij moest deze echter niet met direct geweld, maar met straffen langs ‘rechtmatige weg’ onderdrukken. Zo maakte de sociaaldemocratische leiders het de bourgeoisie mogelijk, haar politiek van bloedige onderdrukking door te voeren.

De Communistische Partij, die de massa’s in gemeenschappelijke strijd met de muiters van De Zeven Provinciën en de Indonesische massa’s gebracht heeft, wier parolen daarbij door talloze sociaaldemocratische arbeiders opgevolgd zijn, roept thans opnieuw de sociaaldemocratische arbeiders op gemeenschappelijk voor de redding van het leven en de vrijheid van de muiters van De Zeven Provinciën te strijden.

De Communistische Partij roept alle arbeiders op, daartoe gemeenschappelijk de politieke en proteststaking tijdens de procesbehandeling voor te breiden en te organiseren. De gemeenschappelijke strijd van de massa’s, de eenheid van de arbeidersklasse kan de muiters van De Zeven Provinciën redden en moet de strijd van de Indonesische massa’s ondersteunen.

Indonesische strijders in het parlement!

De Communistische Partij heeft daartoe op haar kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen ook de Indonesische strijders voorop geplaatst. Op haar lijst staat onmiddellijk achter kameraad Louis de Visser, de kandidaat van het Strijdend Eenheidsfront, de naam van de Indonesische leider: Alimin Prawiradirdja.

Op hem volgt kameraad Wijnkoop en daarop komt onmiddellijk kameraad Sardjono, de voorzitter van de Communistische Partij van Indonesië, de moedige held, balling uit het Digoelkamp, wie zes jaren van verbanning hem niet gebroken hebben en die zich onmiddellijk tot een kandidatuur bereid verklaarde. Terwijl verder nog twee Indonesische kameraden op de lijst staan.

Arbeiders en arbeidersvrouwen, de Communistische Partij roept u toe:

Vormt het strijdende eenheidsfront!

Redt het leven en vrijheid van de muiters van De Zeven Provinciën.

Organiseert de politieke proteststaking voor hun bevrijding.

Geen volk kan vrij zijn, dat andere volkeren onderdrukt.

Strijdt gemeenschappelijk met de Indonesische massa’s tegen het Hollandse imperialisme, dat alle werkers onderdrukt.

Laat hun stem in het parlement der Hollandse imperialisten weerklinken!

Laat de leus weerklinken: Indonesië los van Holland - Nu!

Kiest communisten!

Stemt op 26 april op nummer 1 van de communistische lijst: op Louis de Visser!

 

 

 

"50 millioen Indonesiërs wordt den mond gesnoerd. Alleen de Communistische Partij vecht voor hen. Kiest Louis de Visser. Communistische - Partij - Holland - Sectie der Comm. Internationale."

 

 

 

 


Voorwaarts en niet vergeten,
Wat maakt ons zo sterk in de strijd?
Bij hong’ren en bij eten…
Voorwaarts, niet vergeten
De solidariteit!

Komt te voorschijn uit je holen,
Ook al is het niet voor lang:
Na een week van troost’loos sloven;
Trek naar buiten met gezang.

Nog zijn wij niet met zijn allen,
En nog is ’t maar voor een dag
Dat de velden ons behoren,
En de zon ons koest’ren mag.

Zagen wij de zonne schijnen,
Over bloemen, over gras,
Konden wij dit nooit begrijpen,
Dat dit waarlijk ’t onze was.

Want wij zagen even gloren.
Vrijheid die ons was ontrukt,
Maar wij bleven als te voren
In de modder neergedrukt.

Maar eens zal men ons aanschouwen,
Opmarcherend met gezang
Om ons leven nieuw te bouwen,
Met ons allen en voor lang!

 

Oorspronkelijke tekst: Bertold Brecht
Muziek: Hanns Eisler

 

 

Ernst Tälmann:

"In Holland erwogen die Kapitalisten, einen Teil der Spinaternte auf den Feldern verfaulen zu lassen. Das sind Beispiele für die Zerfalls- und Fäulniserscheinungen des gegenwärtigen kapitalistischen Systems"

(Ernst Thälmann, Band 2, Seite 507)

 

* * *

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Resolution on the Case of the Wynkoop Group.

Komintern

VI. World Congress 

 


The VI. World Congress of the Communist International has 
read the telegram and letter sent by the organisation calling itself "Communist Party of Holland, Central Committee", i.e., the so-called Wynkoop group in Holland. 
In these documents, "assurances" are given of "loyalty" to the 
Programme and policy of the Comintern, and, the World Congress is requested "to find ways and means for restoring the Dutch section of the Comintern also in Holland, on the basis of the un conditional application of international Communist tactics". These documents represent a clumsy attempt to deceive the Dutch workers. The "Wynkoop group" has no right whatever to describe itself as a Communist Party; it has nothing in common with Communism or with the Communist International. 
In the course of several years the Communist International 
repeatedly examined the policy of the leaders of this group. This policy has always been replete with gross opportunist deviations even in regard to very important political questions like the colonial and trade union questions. Moreover, the leaders of the Wynkoop group repeatedly violated the decisions of the International, and finally, placed themselves outside the ranks of the Communist world organisation by a number of open breaches of discipline. Since that time they have opposed their sectarian schismatic organisation to the Dutch section of the Communist International. There is no need for "restoring" the Dutch section of the Communist International, it exists as the Communist Party of Holland (section of the Communist 
International). There is only one way by which the revolutionary workers of Holland still outside our ranks can participate in the struggle of the Communist World Party and that is by joining the Dutch section of the Communist International, by unconditionally recognising national and 
international discipline and by conscientiously carrying out the decisions passed by the Congresses of the Party and of the Communist International. The criminal splitting tactics of the Wynkoop group not only hinder the revolutionisatian of the Dutch proletariat but also damage the revolutionary movement of our heroic Indonesian comrades who in their struggle against Dutch Imperialism stand in need of a strong and united Communist Party in Holland. 
The VI. World Congress of the Communist International 
therefore calls upon all revolutionary Dutch, workers not yet in our ranks to join the Communist Party of Holland, the section of the Communist International. 

 

 

 

 

 

THESES

ON THE COMMUNIST

INTERNATIONAL AND THE RED INTERNATIONAL OF

LABOUR UNIONS

ADOPTED BY THE THIRD COMINTERN

CONGRESS

12 July 1921

The struggle against the Amsterdam` Trade Union International

[extracts]

 

 

 

Ernst Thälmann:

"In Holland, wo der Sitz der Amsterdamer Gewerkschaftsinternationale ist, sehen wir schwere Differenzen zwischen den Führern der Amsterdamer Gewerkschaften Oudegeest und Steehus einerseits und Fimmen andererseits. In Amsterdam hat die oppositionelle Bewegung innerhalb der Gewerkschaften bereits Fuß gefasst. Ein Kennzeichen dafür, dass auch in Holland momentan die Bewegung vorwärts marschiert, ist, dass zum Beispiel der Vorstand der NAS versucht hat, Fimmen aufzufordern, eine Konferenz einzuberufen, um den linken Flügel in den freien Gewerkschaften zu verstärken."

(Ernst Thälmann, Band 1, Seite 187 - 188)

 

NAS (Nationales Arbeitersekretariat - eine niederländische Gewerkschaftsorganisation, die im Jahre 1893 gegründet wurde und in der die anracho-syndikalistische Richtung vorherrschte. Das NAS gehörte für jurze Zeit (1927) der RGI an.

 

 

 

Henk-sneevliet.gif Henk Sneevliet

 

 

Hendricus Josephus Franciscus Marie (Henk) Sneevliet, known as Henk Sneevliet or by the pseudonym "Maring" (1883 - 1942), was a Dutch Communist, who was active in both the Netherlands and the Dutch East-Indies. he was also present at the 2nd World Congress of the Comintern in Moscow as a representative of the Partai Komunis Indonesia (PKI), which was the successor to Sneevliet's ISDV.

As a functionary of the Communist International, Sneevliet guided the formation of the Communist Party of China in 1921.

He joined the executive committee of the Communist Party of Holland in 1925 but the two years were marked by worsening factional relations between Sneevliet and his co-thinkers and the bulk of the CPN leadership. The denouement came in 1927, when Sneevliet broke all ties with the CPH and the Comintern. He became an Anti-Stalinist.

 

* * *

 

Der Einmarsch deutscher Truppen in Holland begann nicht erst mit Hitler, sondern bereits 1787.